Het Schip

Het ms Abbekerk was een vrachtschip van 7900 brt van de Verenigde Nederlandse Scheepvaartmaatschappij VNS. Met een bemanning van 50, accommodatie voor 12 passagiers, twee krachtige diesel-motoren en twee schroeven, was zij een snel schip dat werd ontworpen voor de Holland – Australië lijn. Abbekerk werd gebouwd in Danzig en voltooid in februari 1939. Ironisch genoeg is Danzig de plek waar de Tweede Wereldoorlog begint en slechts een half jaar nadat Abbekerk is voltooid begint Duitsland met de productie van 94 U-boten op dezelfde werf.

Abbekerk was in Madras toen Nederland door de Duitsers werd binnengevallen en ging meteen in dienst van de geallieerden varen. Ze voer naar Belfast en later naar Londen waar ze onderweg werd aangevallen door vliegtuigen toen ze ’s nachts Hull passeerden. Hoewel er in de donkere nacht geen vliegtuig werd gezien ontplofte er wel een bom 30 meter achter het schip en vond de bemanning de volgende morgen kogelgaten en kogel in het schip.
Later meerde ze af in het Albert Dock in Londen. Helaas was dit tijdens de laatste fase van de Slag van Engeland en de London Docks werden het primaire doel van de Duitse Luftwaffe. Op 8 september 1940 en de dagen erna werd Abbekerk door door diverse bommen getroffen waardoor ze langzaam zonk. Hoewel ze snel werd gelicht duurde het uiteindelijk meer dan een half jaar voor ze weer zeewaardig was.

Omdat het een – voor die tijd – zeer snel schip was (17 knopen officieel, maar volgens mijn vader haalde ze meer dan 20 knopen en zelfs 22 tijdens vaartesten), voer Abbekerk meestal alleen en vertrouwde op haar snelheid om vijandelijke onderzeeboten te ontlopen of maakte ze deel uit van snelle militaire (troepen) konvooien. In 1941 was ze gewapend met slechts twee Lewis mitralleurs en een handgranaat-werp apparaat dat de bemanning niet durvde te gebruiken. Ze voer in militair konvooi naar Durban en Suez. Daarna alleen verder naar Nederlands-Indië, de Pacific, het Panamakanaal, Jamaica en uiteindelijk terug naar Engeland (van deze reis heb ik heel weinig informatie kunnen vinden).
Nu werd ze bewapend met een 10 cm anti onderzeeboot kanon, twee Oerlikon luchtdoelkanonnen en – ongebruikelijk voor een vrachtschip – 6 dieptebommen op een rail. In de winter van 1941/42 was ze in een van de konvooien die wanhopig probeerde om de verdediging van Singapore te versterken tegen de Japanners. Met een lading van voornamelijk munitie, luchtdoelgeschut en 12 Hurricane jachtvliegtuigen voer ze in het zwaar ge-escorteerde konvooi konvooi DM.01 naar Singapore. De bemanning zette zelfs luchtdoelgeschut uit de lading op het dek als extra verdediging.
Tegen de tijd dat het konvooi aankwam werd Singapore constant uit de lucht aangevallen. De Hurricanes en het geschut werden snel gelost maar havenarbeiders weigererden simpelweg de munitie te lossen en vertrokken. De bemanning wist zelf  nog een deel te lossen maar na een tijdje kwamen er ook geen lege lichters meer. Op dat moment waren er ook geen bommenwerpers meer over voor de zware bommen die Abbekerk aan boord had. Na twee weken voer ze alleen naar Oosthaven waar ze meehielp met het vernietigen van lichters en haveninstallaties. Maar hier werd ook alle extra geschut, en de bemanning daarvan, van boord gehaald en landinwaarts gestuurd.
Tijdens de Japanse invasie van Sumatra voer ze naar Tjilatjap op Java om te worden ingezet als evacuatie schip voor troepen en vluchtelingen. Met meer dan 1700 evacues aan boord vertrok ze uit op Tjilatjap 27 februari en was ‘een van de gelukkige schepen veilig aankwam, ondanks een aanval door een Japans vliegtuig.

Vanuit Fremantle vertrok ze alleen varend met een lading hout en tarwe naar Abadan. De buurt van Colombo werd een Engels verkenningsvliegtuig dat zich niet correctidentificeerde beschoten door Abbekerk’s Oerlikons en verwonde een van de bemannimngsleden. Na Abadan ging het naar Durban. Onderweg had ze bijna een frontale botsing met een onbekende onderzeeer. Van Durban ging het naar het Caribisch gebied waar ze – het geluk nog steeds aan haar zijde -  de Atlantische Oceaan overstak in de meest succesvolle periode van de Duitse Uboats. Inmiddels was ze al bijna een jaar in tropische wateren en haar beste verdediging tegen onderzeeboten – haar snelheid – werd nu ernstig gereduceerd door aangroei aan de romp. Haar kapitein probeerde het schip in droogdok te krijgen voor een schoonmaak, maar er was geen ruimte.
Op weg naar Engeland, zwaar beladen met suiker, slaagde ze er niet in aan een onderzeeboot te ontsnappen die ze een halve dag eerder al hadden waargenomen. Rond middernacht op 24 augustus 1940 werd ze getroffen door een torpedo van U-604. Tegen de tijd dat een tweede torpedo insloeg had de bemanning het schip had verlaten in twee reddingsboten. 62 van de bemanning en de passagiers werden drie dagen later opgepikt door het korvet Wallflower en later overgedragen aan schepen in het konvooi dat Wallflower escorteren. Twee van haar bemanningsleden overleefde de ondergang niet.

Technische informatie:

Roepnaam: PDAD (niet PCBK)
Rederij: VNS, Verenigde Nederlandse Scheepvaart Mij – Rotterdam
Bouwjaar: 1939
Tewaterlating: februari 1939
Scheepswerf build: F. Schichau, Danzig (dl.) (nr. 1419)
BRT: 7.906
DWT: 11.604
L x B x H: 150,5 x 19,29 x 9,51 / 11,70 meter
Motoren: 2 x 2TE 10 cilinder Sulzer, 2 schroeven
Vermogen: 11.000 Pk op 125 rpm
Snelheid: 17 knopen (volgens mijn vader haalde ze meer dan 20 knopen)
Bemanning: 52

zusterschepen:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.