April 1941, Liverpool

Opmerking van Peter Kik: Tijdens het schrijven (meer dan een halve eeuw na dato en zonder al te veel achtergrond informatie) is mijn vader hier een half jaar in de tijd geprongen en heeft hij 1 volledige reis rond de wereld overgeslagen. Het enige wat ik tot nu toe heb kunnen vinden over deze reis is een reconstructie van haar route. Abbekerk vertrok op 20 april 1941 vanuit Gourock (The Clyde) in het militaite konvooi WS.8A  naar Freetown, Durban en uiteindelijk Suez. Daarna voer ze alleen verder naar Nederlands Indie en verder dwars door de Grote Oceaan en het Panama Kanaal naar Kingston op Jamaica. Vandaar weer terug naar Liverpool en hier gaat het verhaal nu ook verder. Het is nu 28 september 1941.

liverpool

klik op het plaatje voor meer informatie over deze reis

Maar de oorlogvoering ging door en zo ook ons doen en laten. Hoe het ook zij, de boot vertrok enige dagen later weer om het noorden van Schotland en uiteindelijk arriveerden we in Liverpool waar we meerden in een dok ( kade) dat, jammer genoeg, nog al ver van de stad aflag.
Hier kreeg ik een paar dagen verlof en aangezien ik in Engeland nergens anders bekend was dan in Londen ging ik daar maar weer naar toe. Ten eerste omdat het daar tijdelijk rustig was en ik in mijn oude hotel de weg wist. Toen ik de laatste dag van mijn verlof aan de balie mijn onkosten betaalde kon ik me niet onttrekken aan de gedachte wat een geld ons verblijf, van ongeveer acht maanden met een man of vijftien vol pension, moet hebben gekost.
Geen wonder dat de Directeur ons persoonlijk, en bijna met tranen in de ogen, de hand kwam drukken toen we weggingen, en ons bewogen ‘Gods Speed’ toewenste.
Na een weekje verlof in Londen kwam ik in Liverpool weer aan boord van mijn schip. De loopbrug opgaande liep ik achter een tweetal havenarbeiders die, heel voorzichtig, een klein kistje aan twee handvatten van sterk touw tussen zich in droegen. Ik dacht nog bij mezelf, waarom gooien ze er niet een stuk of twintig in een net en hijsen ze het hele zwikje zo van de wal het ruim in. Aan dek gekomen zag ik dat ze het kistje plaatsten in een stevige ijzeren bak waarin nog een stelletje van dezelfde bakjes stond opgetast. Nu las ik ook het opschrift, dat eigenlijk niets aan duidelijkheid te wensen over liet. In dikke letters: “TAKE CARE, HIGH EXPLOSIVES”.
Dit was een goede reden eens verder te kijken om te zien wat er nog meer in de ruimen van het schip werd opgeslagen. Deze keer was ik wel wat onder de indruk. De paar jaar dat ik op dit schip voer had ik al diverse ladingen meegemaakt, maar dit sloeg werkelijk alles. Duizenden grote dikke vette bommen. Bommen die aan trossen van ongeveer tien stuks door vijf walkranen over alle vijf de ruimen van het schip werden ingeladen en beneden netjes opgestapeld.
Ik keek eens naar de vierde stuurman, die aan de overzijde van het ruim toezicht hield. Hij riep me een van harte welkom toe en gebaarde, met opgetrokken schouders en zijn armen enigszins gespreid, dat hij er ook niets aan kon doen. Met een beetje lood in mijn schoenen liep ik vervolgens over het dek naar het dekhuis midscheeps waar mijn hut zich bevond. Er was wel een hijsje bommen in aantocht maar met een versnelde pas kon ik die nogal gemakkelijk ontlopen. Net wilde ik over de drempel van het dekhuis stappen toen ik achter me een donderende klap hoorde.
Wat bleek? Uit een tros bommen die over het dek werd gehesen was een bom losgeraakt en die had met zijn scherpe punt een deuk in het stalen dek geslagen ter diepte van een flink knikkerputje. Er was nergens blijk van enige consternatie, de kraan ging gewoon door en liet de overige negen aan de tros in het ruim zakken. Ik keek naar boven en zag de kraanmachinist door zijn cockpitraampje naar beneden kijken en hij riep me toe: ‘Wanne souvenir?’ ,wijzend naar de levenloze bom die naar de railing was gerold. Ik nam mijn pet af en hield deze ondersteboven op suggererend om de bom dan daar maar in te deponeren. Laat die vent nou zijn kraan in mijn richting draaien en de hijshaak laten zakken. Ik weg. (Jammer dat ‘het gebaar’ toen nog niet was uitgevonden.).
Het boven genoemde bewijst toch maar weer dat je niet onder een vrachtje, dat in de lucht hangt, moet lopen omdat je nooit kunt weten of dit labiele evenwicht tussen opwaartse en neerwaartse krachten, buiten ons medeweten, kan worden verstoord. Men zal zich waarschijnlijk afvragen hoe het nu komt dat die bom niet explodeerde. Wel, teneinde te verhinderen dat een door een vliegtuig uitgeworpen bom al duikelend naar beneden komt heeft men hem aan de achterzijde voorzien van een stel vinnen, die er voor zorgen dat deze bom met zijn neus naar beneden valt. In de neus van de bom is de detonator geschroefd waarin de slagpin is geplaatst. Deze pin steekt als een stukje draadeind naar buiten en hierop is een soepel draaiend propellertje aangebracht. Als dit propellertje tot in de nek van het draadeind is aangeschroefd kan de pin niet ingedrukt worden. Tot zover dus niets loos en de bom is nog steeds niet gevaarlijk al scheelt het weinig. Als de bom wordt losgelaten draait het propellertje door de tegenwind soepeltjes van het draadeind (de slagpin dus) af en dan is het zaak om overal af te blijven en een goed heenkomen te zoeken. De vinnen worden geleverd in een aparte bus en in de vinnen is een mooi plaatsje ingeruimd voor de detonator. Een bom zonder een bus met vinnen is dus niet veel waard.
Intussen werden er op het achterschip een zestal dieptebommen aangebracht die met een soort sleetje overboord konden worden geduwd. Nu was het een zeldzaamheid dat een vrachtschip zulke dingen aan boord kreeg. Omdat het schip een vrij grote snelheid kon ontwikkelen was de kans om door je eigen dieptebom te worden opgeblazen erg klein. Vandaar dit voorrecht.!! Toch was de kans om van dit voorrecht gebruik te maken zeer klein en we stonden er niet op te wachten.
Stanier_8F_2-8-0_No._48479Toen het schip geladen was zaten er in de vijf ruimen ongeveer de volgende zaken: in de onderste ruimen o.a. een vijftal locomotieven (zwaartepunt een beetje laag houden), bommen, granaten en alle andere soorten munitie en explosieven. Vergeten we ook niet een flink aantal legervoertuigen en kanonnen, waaronder luchtafweer. Toen de luiken op de ruimen waren geplaatst kreeg het schip, als een soort toetje, op elk van de vijf ruimen een tweetal Spitfires ieder in een groot, en naar ik aanneem, waterdicht houten krat. Het schip zag er uit als een volgeladen containerschip al bestonden die toen nog niet.
Vermeldenswaard is nog dat tijdens mijn afwezigheid op het achterschip een vier inch kanon was geplaatst op een fundament dat tijdens de nieuwbouw (1939) reeds was aangebracht. Wat een visie. Een stuurman en een paar matrozen hadden een spoedcursus aan de wal gekregen in het manipuleren van een stel wieltjes en kijkers en het zeer luidruchtig schreeuwen van orders. Dit laatste in het Engels. Het was de bedoeling dat deze mensen de rest van de bemanning het geleerde overbrachtten.

Een paar dagen, voor we vertrokken, kwam een tweetal luchtafweerkanonnen (Bofors) met Engelse bediening aan boord. Niemand wist waar we naar toe gestuurd zouden worden, maar algemeen werd aangenomen dat het niet naar een kuuroord zou zijn en tevens was het duidelijk dat zwemvesten eigenlijk maar beter geruild konden worden voor parachutes. De meesten dachten wel dat we naar Alexandrië in Egypte en dus naar de Middellandse Zee zouden worden uitgezonden, om de Kaap natuurlijk want binnendoor was zelfmoord. Maar dan wel in ons eentje, want ons schip was een van de modernste vrachtvaarders met een kruissnelheid van 17 mijl en veel te snel voor een vrachtkonvooi. Dat gaf nu ook weer niet zoveel vreugde, want we wisten natuurlijk wel dat de Atlantische Oceaan vergeven was van Duitse onderzeeboten die op het hoogtepunt waren van het prijsschieten op nauwelijks verdedigde konvooien.
Uiteindelijk bleek dat de Admiraliteit had besloten ons in te delen bij een klein troepenkonvooi, wat nog al wat hoopvoller klonk want deze konvooien waren, en dat is zeer begrijpelijk, goed beschermd. Dat gaf de burger, en laten we eerlijk zijn dat waren we nog steeds, weer wat moed. Singapore was het doel van onze reis. Zo zie je nog eens wat van de wereld.

<< vorig hoofdstuk ————————————————————volgend hoofdstuk >>

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.